Interviews

Suïcidale leerlingen

Als een kinderleven ondraaglijk lijkt

Carla Desain en Maddy Hageman

 

Als het onderwerp je diep raakt en er geen vertrouwd persoon in de buurt is, kun je het lezen van dit artikel misschien beter uitstellen. Weet ook dat de hulplijn 113 op elk moment van de dag of nacht bemenst is. Bel 113 of chat via 113.nl.

Elke dag beëindigen in Nederland vijf mensen zelf hun leven, van wie één jonger dan dertig jaar. Elke suïcide raakt zo’n 135 achterblijvers. Eén op de zes jongeren denkt weleens aan suïcide. Elke dag belanden tien jongeren op de spoedeisende hulp na een poging tot zelfdoding. [1-2] Kunnen we die aantallen omlaag krijgen, en hoe? Hoe herken je depressieve of suïcidale gedachten bij kinderen of jongeren? Wat kan de omgeving doen? Talent raadpleegde de literatuur hierover en sprak met Femke Hovinga, die in haar hoogbegaafdheidspraktijk Talentissimo ervaring opdeed met deze materie.

 

Wat weten we uit de literatuur?

Rechtstreeks onderzoek doen naar (geslaagde) suïcide is onmogelijk. Wat wel steeds meer gedaan wordt door bijvoorbeeld Tracy Cross, 113 en Elias Balt, is een ‘psychosociale autopsie’. Nadat iemand uit het leven is gestapt, worden intrapersoonlijke factoren en externe omstandigheden zo goed mogelijk bij elkaar gepuzzeld door uitgebreide gesprekken met nabestaanden en andere betrokkenen. Zo wordt geprobeerd om tussen al die suïcides een rode draad te vinden, om bewustwording op te bouwen over overeenkomstige vroegtijdige signalen. Bij suïcidale gedachten of suïcidaal gedrag, of na een suïcidepoging kun je het wel aan de persoon zelf vragen. 

 

In alle onderzoeken komt het volgende naar voren:

  • De gedachte aan zelfdoding is niet hetzelfde als een rechtstreekse doodswens. Die persoon ziet in al z’n wanhoop vooral geen andere manier om verder te leven, of wil dat dit leven ophoudt.
  • Er is meestal een suïcidaal proces: gedachte – wens – plan – voorbereiding – poging – suïcide. Bij jongeren kan dit proces snel en met weinig signalen plaatsvinden.
  • Aan een ‘geslaagde’ suïcide gaan meestal meerdere signalen en pogingen vooraf, al zijn die soms pas achteraf duidelijk te herkennen.
  • Veel suïcides hadden voorkomen kunnen worden als er op tijd de juiste hulp was geweest.
  • Een doordacht en concreet suïcideplan kan voelen als een ontsnappingsmogelijkheid uit de ellende: dit kan een gevoel van opluchting en vastberadenheid geven. De omgeving denkt dan vaak – ten onrechte – dat het beter gaat, waardoor de daadwerkelijke suïcide out of the blue lijkt te komen.
  • Zonder contact versterken suïcidegedachten elkaar. De persoon komt vast te zitten in een fuik waaruit suïcide de enige mogelijke uitweg lijkt.
  • Onder hoogbegaafden is het aantal waarschijnlijk niet hoger, wel spelen er andere factoren mee. [3]

Lees voor meer verdieping ook het artikel van Ben Daeter op pagina 8-11.

 

Kun je wat vertellen over jouw ervaringen met suïcidaliteit bij kinderen en jongeren?

Femke: ‘In onze praktijk voor begeleiding van (vermoedelijk) hoogbegaafde kinderen hebben wij een aantal zeer jonge cliënten gehad met suïcidale gedachten of suïcidaal gedrag. Dat suïcidaliteit zo jong al kan spelen, soms al bij achtjarigen, raakte me diep. Daarom ben ik me gaan verdiepen in de literatuur, met name in het onderzoek en de bevindingen van Tracy Cross over depressie en suïcide onder hoogbegaafde kinderen en adolescenten. [3]’

 

Hoe ga je als volwassene om met suïcidaliteit bij kinderen?

‘Erover praten, vragen en dóórvragen helpen om de eenzaamheid te doorbreken. Dit geldt zeker voor hoogbegaafde kinderen, al helemaal als hun cognitie voorloopt op de rest van hun ontwikkeling. Als samenleving zijn we niet gewend een echt gesprek aan te gaan als het niet zo goed gaat. Op de vraag “Hoe gaat het met je?” is volgens de sociale codes “Goed hoor” het antwoord. Psychische klachten zijn ongemakkelijke gespreksonderwerpen, ze veroorzaken angst en schaamte, dus die vermijden we liever.

 

Ik ervaar dat het aanroeren van moeilijke thema’s juist maakt dat kinderen zich gezien voelen – en dat is het allerbelangrijkst voor het welzijn van een kind. Dus als ik zie dat iemand het zwaar heeft, benoem ik dat ook. Contact zoeken en praten over dingen die moeilijk zijn, is altijd goed in deze context. We krijgen geregeld kleuters op onze praktijk die zware, existentiële vragen stellen, terwijl ze met een duim in de mond en een knuffel in hun armen op de bank zitten. Bijvoorbeeld een kind van vier: “Wat nou als alle mensen doodgaan, door een bom of zo? Dat zou mij wel goed uitkomen, want dan hoeven jullie me niet te begraven.”

Als ze alléén blijven zitten met dit soort vragen, kunnen ze in de war raken en angsten ontwikkelen. Erover kunnen praten helpt, maar met leeftijdsgenoten gaat dat niet lukken. Wij als professionals, familie of andere volwassenen moeten het gesprek hierover beginnen.’

 

Het devies (van onder andere) 113 is: ‘Vraag ernaar’. Kan dat ook bij kinderen?

Femke Havinga

‘Jazeker, dat kan en dat moet. De vaak gevoelde angst om suïcidale gedachten in een kinderhoofd te planten door ernaar te vragen, is onnodig. Tegen de tijd dat omstanders iets vermoeden, zijn die gedachten er allang. Uit een suïcidefuik komen is een hele puzzel, dat kan een kind niet alleen. Iemand moet de moed hebben om te vragen: “Vind je je leven zoals het nu is fijn?” En: “Denk je weleens na over de dood?”

 

Makkelijk is dat niet: het is afschuwelijk om een jong kind te horen zeggen dat het geen uitweg meer ziet, of dat het voor zichzelf en de omgeving beter is als ie er niet meer is. Je instinct is dan om zulke gedachten te sussen, te zeggen dat het wel zal meevallen: “Zoek gewoon afleiding, denk vooral aan de leuke dingen.” Maar dat helpt niet, zulke gedachten rotten dan door en worden juist groter. 

 

Wat wél helpt is doorvragen, zodat alle donkere gedachten in de openheid komen en kinderen er niet meer alleen mee rondlopen. Daarom vraag ik, als ik suïcidaliteit vermoed, altijd: “Denk je weleens aan de dood? Zo ja, hoe dan? Heb je een concreet plan?”– uiteraard in een veilige setting, als er een vertrouwensband is en passend bij de leeftijd. 

 

Bij een ontkenning vraag ik: “Als het wel zo was, zou je het me dan vertellen?” (Dat leerde ik van James Webb.) Bij een bevestigend antwoord vraag ik: “Wil je dood, of wil je het leven niet op deze manier?” Het antwoord is eigenlijk altijd: “Dit is zo zwaar voor mij, het is ondraaglijk, ik weet niet hoe ik hieruit kan komen.” Dan hebben we een opening om samen naar perspectief te zoeken.’

 

Komt suïcidaliteit vaker voor bij hoogbegaafden?

‘Daarover weten we weinig. Er wordt in onderzoeken nauwelijks gevraagd naar hoogbegaafdheid als mogelijke factor, ook niet in het recente onderzoek van 113-medewerker Elias Balt. Waarschijnlijk is het niet een kwestie van vaker, maar van anders. Er spelen andere factoren mee, of in hevigere mate. [3-4]

 

In het onderzoek van Elias Balt komt het gevoel van niet passen, van ‘misfit’ met de omgeving naar voren als belangrijke factor. Dat gevoel bij hoogbegaafden van anders zijn lees ik bij veel auteurs en ook in onze praktijk zie ik het bijna dagelijks. Verder kan – anders dan bij hun klasgenoten – iets relatief kleins dat fout gaat, in de beleving van hoogbegaafden uitgroeien tot iets onoverkomelijks, omdat zij de lat vaak erg hoog leggen.

 

Op school voelen ze zich niet gezien: minder dan de helft van de hoogbegaafde leerlingen is in beeld, bleek uit ons onderzoek Ongezien. [5] Sommige kinderen gaan zich daardoor steeds dommer voelen, wat tot schaamte en vervreemding leidt. Hierdoor worden hun persoonlijkheid en zelfbeeld niet op een stevig fundament van erkenning en herkenning gebouwd, maar op drijfzand. Als zich dan slechte tijden aandienen, kunnen ze niet terugvallen op een stevig fundament en zakken ze sneller weg. Ook blijkt dat hoogbegaafden die een serieuze suïcidepoging doen, alles vaak zo goed en concreet doordacht hebben dat die poging ook ‘slaagt’.’ [3]

 

Wat zouden we preventief kunnen doen?

‘Volwassenen moeten vaker checken hoe het echt met kinderen gaat. Denk vooral niet dat een hoogbegaafde er vanzelf wel komt! Voor kinderen wordt de drempel om mentaal (on)welbevinden te delen lager als volwassenen het ook vaker laten merken als ze verdrietig of somber zijn. Vertel over je eigen zorgen en twijfels, je eigen fouten of gebrek aan zelfvertrouwen. 

 

Scholen kunnen meer aandacht besteden aan mentaal welzijn en veerkracht. Ik zou willen dat alle scholen psycho-educatie op dit gebied invoeren: wat kun je doen als je niet lekker in je vel zit? Zo leren kinderen al vroeg dat je ook over rotgevoelens kunt praten. Als dat pas aan bod komt als ze midden in de depressieve gedachten zitten, wordt een gesprek veel moeilijker, evenals ze helpen de nodige vaardigheden te ontwikkelen.

 

Ik ben voor het inzetten van screeningslijsten in de bovenbouw van de basisschool, bijvoorbeeld door de jeugdarts, om de kinderen eruit te pikken die niet praten over hoe ze zich voelen. Op de middelbare school vind ik screening al helemaal een must. Dan kun je welzijnskenmerken in beeld brengen en kijken naar eventuele alarmsignalen. In een vroeg stadium kan daar dan aandacht voor zijn en kan er hulp worden ingeschakeld.’

 

Wat als een kind of jongere al verder is in het suïcidale proces? 

‘Als je, werkend in het onderwijs, een vermoeden hebt van suïcidale gedachten of initiaties, blijf er dan niet alleen mee rondlopen. Betrek de huisarts erbij, die kan zo nodig doorverwijzen naar de GGZ of het crisisteam. Je kunt beter een keer te veel de huisarts of andere hulp erbij betrekken dan een keer te weinig. Bij twijfel: doen! Niet toedekken, niet wegkijken, geen oogkleppen opzetten. Samen met iemand in de put kijken, is liefdevoller dan de ellende toedekken.

 

Neem altijd contact op met de ouders als je je serieus zorgen maakt, ook al wil een jongere dat zelf liever niet. In de online training VraagMaar van 113 is de aanbeveling om te zeggen: “Ik maak me echt zorgen, dit is te groot voor jou en mij alleen. Ik ga je ouders erbij betrekken en misschien kunnen we dan samen de huisarts inschakelen. Hoe zullen we dat aanpakken?”

 

In de hulpverlening rondom suïcidaliteit moet beslist rekening worden gehouden met hoogbegaafdheid. Je moet zo’n kind of jongere langdurig volgen, ook als het beter lijkt te gaan.’

 

Vóór publicatie is de tekst van dit artikel voorgelegd aan iemand van 113. Haar suggesties zijn verwerkt in de definitieve tekst.

 

Belangrijkste factoren die kunnen leiden tot suïcidaliteit [3]: 

  • Eenzaamheid en het gevoel dat je er alleen voor staat.
  • Een gevoel van niet-passen, van gedachten als: ik hoor er niet bij, ik ben niet goed genoeg.
  • Het gevoel anderen tot last te zijn: ‘Misschien zijn ze wel beter af zonder mij’.
  • Zorgen over de toestand in de wereld.
  • Een gebrek aan persoonlijk perspectief.
  • De zuigkracht van sociale media.
  • De (ervaren) druk om te presteren.
  • Gepest worden.
  • (Jeugd)trauma’s of andere psychische problemen.
  • De lange wachtlijsten bij de GGZ, waardoor gewenste hulp lang uitblijft.

 

113

 

De missie van 113 is: ‘Een land waarin niemand alleen en radeloos hoeft te sterven door zelfdoding’. Van hulplijn 113 of 113.nl waar altijd een luisterend oor is, maken 500 tot 700 mensen per 24 uur gebruik. Daarnaast verzorgt 113 publieksvoorlichting en trainingen voor het onderwijs en de zorg. Zo nam Talent deel aan de Onderwijsconferentie Suïcidepreventie.

 

Er is een app VraagMaar en een gratis online basistraining van een uur voor iedereen (vraagmaar.113.nl), waarin je leert hoe je signalen van depressiviteit en suïcidaliteit herkent en hoe je daarop kunt ingaan. De eerste hierin is altijd: durf te vragen naar de suïcidale gedachten. ‘Denk je weleens aan de dood?’ is een beladen vraag, maar wel een die opening biedt. Het is een misvatting dat je iemand op ideeën kunt brengen. 

 

Referenties

[1] 113.nl

[2] Balt, E., e.a. (2025). Samen Leren, Minder Suïcide. Rapportage Psychosociale autopsie, uitgegeven door 113.

[3] Cross, T. & Riedl Cross, J. (2021). ‘An ecological model of suicidal behavior among students with gifts and talents’. In: High Ability Studies vol. 32, no 1, 105–123. Routledge. doi.org/10.1080/13598139.2020.1733391

[4] Mitchell, L. (2000). ‘The Vexing Legacy of Lewis Terman’. In: Stanford Magazine, July/August 2000.

[5] Cramer, Y., F. Hovinga, M. van Poppel en D. van Dijk (SCALIQ). (2024)..(On)gezien. Onderzoek naar het signaleren van hoogbegaafde kinderen in het primair onderwijs.

 

Deel dit artikel
Vangorcumtijdschriften.nl maakt gebruik van cookies.

Welkom! Leuk dat je een bezoekje brengt op vangorcumtijdschriften.nl. Wij, en derde partijen, maken op onze websites gebruik van cookies. Wij gebruiken cookies voor het bijhouden van statistieken, om jouw voorkeuren op te slaan, maar ook voor marketingdoeleinden (bijvoorbeeld het sturen van een bericht als je winkelwagen nog vol is). Door op 'Zelf instellen' te klikken, kun je meer lezen over onze cookies en je voorkeuren aanpassen.

Zelf instellen
Alle cookies accepteren
Uw cookie instellingen
Deze website maakt gebruik van functionele en analytische cookies, die nodig zijn om deze site zo goed mogelijk te laten functioneren. Hieronder kan je aangeven welke andere soorten cookies je wilt accepteren.
Functionele cookies

Functionele cookies ondersteunen de basisfuncties van een website zoals paginanavigatie en toegang tot beveiligde delen van de website mogelijk maken. Zonder deze cookies kan de website niet naar behoren functioneren.

Analytische cookies

Analytische cookies helpen ons om te begrijpen hoe bezoekers omgaan met onze website door anoniem informatie te verzamelen en te rapporteren. Deze informatie wordt gebruikt om de website te verbeteren.

Marketing en tracking cookies

Marketing cookies worden gebruikt voor het functioneren van ons opvolgsysteem met betrekking tot account activiteiten(als het niet kunnen afronden van bestelling). Ook wordt er informatie verzameld om dit zoveel mogelijk aan te sluiten bij je interesses.

Cookies instellingen opslaan